21-01-2020

Online artikel

Lauwerkransjes maken je niet professioneel

Makers met een unieke stem verdienen aandacht, vinden wij van VERS Magazine. Maar degenen die met hun werk ook de positie van andere makers versterken dienen meer dan alleen een schouderklopje te krijgen. Deze mensen zijn waar het woord ´onderscheid´ voor staat. Evengoed kan VERS Magazine hen ook het vuur aan de schenen leggen, immers: gefundeerde kritiek prikkelt potentie. Je leest hier een verhaal uit de rubriek De stem van.

Wie online een beetje rondneust komt menig maker tegen met (korte) films op zijn cv, die  voor veel festivals zijn geselecteerd. Het ene filmfestival na het andere, waar dan ook op de wereld. Maar hoeveel zegt dat? En waar zegt het iets over? Is succes in zekere mate te koop? Of voelt het gewoon lekker om te kunnen melden waar je film is geselecteerd en hoeveel prijzen je al met je film hebt gewonnen?
 
De mensheid is altijd al een ster geweest in het scheppen van illusies. Dat heeft voor wantrouwen gezorgd, voor mij als maker en als persoon. Ik houd niet van vriendjespolitiek, achterdeurtjes en geveinsd gedrag dat als camouflage dient. Daarentegen tracht ik mijn doelen te bereiken op een eerlijke manier, door bij mezelf te blijven. Dat in ogenschouw genomen kwam ik voor dilemma’s te staan, als maker. Ik wil mijn werk vertoond hebben op groot doek, maar tegelijkertijd wil ik niet deelnemen aan de statuswedstrijd onder filmmakers, die er aan vast lijkt te kleven.

Een van de manieren om publiek te bereiken is je film te laten schitteren bij filmfestivals. Mijn regiedebuut Weerzienwekkend uit 2017 was geselecteerd voor zo’n veertig festivals. We wonnen in totaal veertien prijzen en ontvingen twaalf nominaties. Heel tof, maar om eerlijk te zijn vond ik niet ieder festival evenveel voorstellen. En daarbij vroeg ik me dus af wat deze nominaties en prijzen betekenen. Ik stelde daar destijds kritische vragen over aan mijn producer. Een ander antwoord dan dat Los Angeles, Calcutta en Londen goed stonden op mijn cv, kreeg ik niet. Ik moest hem daar destijds gelijk in geven. Toch kost iedere inschrijving geld. Vooral als nieuwe maker zie je al je budget graag goed besteedt. Als klankbord sprak ik salesagent Wouter Jansen en legde hem mijn vraagstukken voor. Hij adviseert filmmakers over welke buitenlandse festivals interessant voor hen zijn.


Salesagent Wouter Jansen

Jansen vindt award shows die los staan van filmfestivals niet erg nuttig. ‘Je wordt niet professioneler van het kopen van een filmprijs.’ Die prijsuitreikingen zijn niet zozeer een scam, maar hebben volgens Jansen weinig prestige onder professionals. ‘Vaak wordt er duidelijk aangegeven dat er geen films vertoond worden. En daarbij “koop” je eigenlijk een titel, want je betaalt inschrijvingsgeld waarmee je zo goed als zeker bent van een prijs.’ Welk festival er dan wel toe doet vindt Jansen lastig om te zeggen. Een goede indicatie is dat deze events verbonden zijn aan grotere organisaties, zoals de EFA of de Oscars bijvoorbeeld. Maar dat is slechts een deel, aldus Jansen.
 
Het gebeurt ook dat mensen zich inschrijven voor festivals die helemaal niet plaatsvinden. Ga maar na: ieder mens kan tegenwoordig een website oprichten met een hippe naam, al dan niet gevuld met stockfoto’s, om zo te doen laten lijken alsof je een festival hebt neergezet. Ook de hoogte van de inschrijvingskosten geeft geen garantie voor kwaliteitsinzendingen. Zo vraagt bijvoorbeeld filmfestival Berlinale 75 euro per film. Maar ondanks dat ontvangt de organisatie nog steeds de kwaliteit van vakantievideo’s. Jansen schetst ook een ander verschil: ‘Een Gouden Kalf winnen heeft op internationaal niveau een totaal andere impact dan dat het heeft binnen Nederland. Het Nederlands Film Festival is een festival voor de Nederlandse markt, en niet zozeer internationaal gericht. Ik heb nu een paar keer met winnaars van een Gouden Kalf gewerkt, zoals bijvoorbeeld met de film En Route. De film heeft daarna op internationaal niveau geen nieuwe aanvragen voor festivals gekregen.’
 
Jansen ontvangt dagelijks korte films van veelal debuterende makers. Hij selecteert er maar 10 tot 15 per jaar. Jansen kijkt vooral naar potentie. Afgaande op zijn website Someshorts zit daar veel aanstormend talent tussen, zoals Joren Molter, Marit Weerheijm, Vincent Boy Kars en Shady El-Hamus. Eigengereid, eigentijds werk. Ook tref ik arthouse films in zijn meest pure vorm aan. Gewaagd werk waar je van moet houden. Jansen probeert deze makers door het oerwoud aan filmfestivals heen te helpen. Hij schat het totale aantal festivals op meer dan 15.000, die plaatsvinden over de hele wereld. Daarvan zijn er volgens hem maar 150 tot 200 die het echt waard zijn om je betaald voor in te schrijven en om er vervolgens ook naartoe te gaan. Maar het is wel afhankelijk van wat je maakt, waar je in je carrière staat en hoe jouw werk zich verhoudt tot het filmfestival. ‘Als je bekender wordt is een volgende selectie ook sneller gerealiseerd, want het schept vertrouwen dat men je kent.’


Filmposter van regisseur Shady El-Hamus
(een klant van Jansen)

 
Eenmaal geselecteerd op een filmfestival kan je in een andere wereld terechtkomen, iets wat ikzelf ook heb meegemaakt. Een wereld met gelijkgestemden versus een publiek. Dat schept prettige gesprekken, in een gezamenlijke sfeer. Dat je door bijvoorbeeld prijzengeld te winnen, het je kunt veroorloven om naar deze festivals te gaan en dat je daardoor met gelijkgestemden in contact komt, vind ik fijn. Maar wat heb je verder aan een festivalprijs? Jansen antwoordt: ‘De ene prijs is de andere niet. Ik weet niet zo goed wat je aan een festival hebt als je, nadat jouw film is geselecteerd, er geen actief gebruik van maakt. Dan wordt het een optelling van verschillende festivals die je verzameld hebt, al dan niet met prijzen, en that’s it.’



Still uit Hard On van regisseur Joanna Rytel (afkomstig van Someshorts - de website van Jansen)

Jansen meent dat je als maker vooral heel goed het onderscheid moet maken tussen de festivals, zodat je weet of je er wat aan hebt als je daar draait. ‘Ik probeer mee te kijken met een maker en na te denken over wie je daar kan ontmoeten, zodat misschien de juiste persoon jouw film ziet. Vraag je dus af wie je wilt ontmoeten.’ Ondanks zijn kennis is de waarde van een festival volgens Jansen nog altijd heel moeilijk in te schatten. ‘Ik spreek weleens makers over festivals en dan denk ik: op papier klinkt dit goed, maar wanneer ik verder research doe blijkt het niet zoveel voor te stellen. Het is ook voorgekomen dat ik een festival bezocht waarvan ik hoge verwachtingen had maar dat ik tijdens de vertoningen telkens in een lege zaal belande.’
 
Parijs bijvoorbeeld heeft volgens Jansen geen goede festivals, terwijl je dat wel zou verwachten. Paris International FF zou interessant klinken, terwijl het niets betekent. Dus zelfs als de (plaats)naam van een festival valide klinkt, duidt dat niet altijd volgens Jansen op dat het interessant zou zijn. Uiteindelijk zal het een kwestie van handelen op gevoel zijn. En ja, misschien is succes te koop, door je film betaald in te schrijven. Maar de vraag is wel: word je er ook gelukkig van?
 
Tekst: Wouter Springer
 

 

 

VERS VOLGEN

     

SCHRIJF JE IN
VOOR DE NIEUWSBRIEF