04-05-2021

VERS magazine

De Stem van... Stijn Pruijsen

Wat drijft filmmakers om te doen wat ze doen? In ‘De Stem van…’ gaat VERS in gesprek met jonge makers over hun visie, inspiraties, drijfveren en ambities.

Deze keer: (audio)visueel kunstenaar Stijn Pruijsen. Met zijn afstudeerfilm
Akasha: An inner journey creëerde hij een cineastische ervaring die meer dan anders inspeelt op het gevoel van de kijker. De maatregelen om de pandemie te temmen gooiden roet in de fysieke evenementen en intieme nabesprekingen, waar hij juist zo naar smachtte. Vlak voordat hij voor een maand naar Ibiza vertrok om de natuur in te gaan met zijn camera, sprak VERS hem over zijn boodschap met deze film. 


Stijn studeerde afgelopen zomer in alle stilte af met zijn afstudeerfilm Akasha. Een westers georiënteerd persoon zou dit werk kunnen interpreteren als een (psychedelische) trip, door de verscheidenheid aan animaties, beelden en geluiden – vooral ademhalingsgeluiden. De oorsprong van Stijns film vindt zich in het Zuid-Amerikaanse hallucinogeendrankje Ayahuasca. In verschillende sessies (of ‘ceremonies’) waarin hij dit drankje dronk verkende hij zijn onderbewustzijn, waarmee hij uit een depressie klom en zijn angsten leerde beheersen door juist door de moeilijke momenten heen te gaan. ‘Ik wilde de duisternis recht in de ogen aankijken: omarmen in plaats van deze als iets slechts te zien.’ Daardoor leerde hij veel over de wereld, het leven, de dood, zingeving en geluk. ‘Met mijn werk tracht ik zaadjes te planten bij mijn kijkers en hoop ik bij te dragen aan de groei van hun bewustzijn en spirituele ervaringen.’ Zonder dat een kijker dat hoeft te merken, doordat hij of zij opgaat in de ervaring, heeft Stijn met Akasha: An Inner Journey een mix tussen documentaire, animatie, fictie en experimenteel neergezet. 

Zo zijn sommige delen van de film geënsceneerd. Stijn vond het te heftig om een echte Ayahuasca-ceremonie op te nemen, dus met een ademhalingssessie heeft hij nagebootst wat er gebeurt tijdens zo’n ceremonie, steunend op zijn eerdere ervaringen met het middel. Dat deed hij niet bij een onbekende: zijn moeder is ademcoach. Zij is ook te zien in de film, net zoals Stijns vader die deelneemt aan de geënsceneerde sessie die te zien is. Dit geeft de film een naakte waarheid – waar Stijn niet huiverig voor is. ‘Mensen kunnen mij veroordelen, maar ik ben ook maar op zoek naar mijn eigen plek in (de wereld, red.) en het leven. Ik stel mijzelf kwetsbaar op door mijn diepste emoties te tonen in mijn film, maar ik denk dat iedereen zich weleens zo heeft gevoeld. Dit is wie ik ben, niet alleen het hoofd dat je ziet op social media.’ 


Still uit Akasha: An Inner Journey


Diepere laag
Het drankje nam hem mee op reis naar een diepere laag onder zijn bewuste realiteit, door de werkzame stof DMT. ‘Toen is in mijn hoofd een stroom aan beelden ontstaan, die ik op de Kunstacademie (AKV St. Joost, red.) gelijk kon uitwerken.’ Dat werk maakte hij volledig intuïtief, waarin volgens hem alles met elkaar verbonden leek. Dat had hij in de jaren daarvoor niet: hij was wel een creatief mens, maar zou zichzelf niet betitelen als een kunstenaar. ‘Toen die psychedelische wereld bij mij was opengebroken, is het manifesteren van het binnenste van mijn wereld mijn tweede natuur geworden. Creëren zit nu in al mijn vezels, dus het is erg moeilijk om achteraf te duiden waar de passie vandaan komt. Het creëren is nooit een hobby geweest, maar een essentieel iets dat ik hier kom doen op de wereld. Wat ik dan exact doe valt voor mij moeilijk in woorden te vatten.’ Door corona waren alle eindvertoningen een half jaar uitgesteld – tijd die Stijn benutte om zich te verdiepen in het animeren van beelden. Die geanimeerde beelden vinden hun basis in Stijns eigen archief. Zelfstudie bracht hem inzichten hoe voorstellingen te maken die golven in het beeld suggereren. Vervolgens is hij gaan experimenteren met deze beelden, waar, door de situatie, ook tijd voor was. Het eindresultaat beeldt zijn binnenwereld uit. 


Stijn Pruijsen


Stijn droomde als kind erg intens. Hij spreekt terugblikkend over een diepe binnenwereld. ‘Ik was goed in verhalen vertellen, maar dat had zich nog niet in het creëren geuit.’ Film is voor hem meer een vorm, een middel. In het begin van zijn opleiding lag de liefde echter vooral bij fotografie. Na twee jaar ervoer hij dat het gaaf zou zijn als die foto’s konden ademen, dus hij wilde het animeren onder de knie krijgen. Daarna pas ontwikkelde zijn passie zich tot film. Zijn afstudeerfilm, die het beste tot zijn recht komt in een installatievorm, is one-of-a-kind: de eigenzinnige manier waarop hij zich in zijn studietijd heeft gevormd komt in alle facetten terug. Door de constante point-of-view, waarbij Stijn zelf de hoofdrol heeft, kreeg hij van tevoren veel weerstand vanuit docenten. Het werk voldeed in de opzet niet aan de klassieke eisen die men stelde aan structuur en spanningsopbouw, waardoor Stijn ervoer dat hij ‘maandenlang moest vechten voor zijn visie.’ Hij kreeg verwijten naar zijn hoofd: hij zou koppig en niet kneedbaar zijn. 

Sfeer, emotie, gevoel 
Zijn plek vinden op de kunstacademie was lange tijd een worsteling. ‘Ben ik een fotograaf? Een regisseur? Videokunstenaar? Ik had vaak het idee dat het allemaal hokjes waren: of je bent dit of je bent dat.’ Als geluk bij een ongeluk kwam hij terecht in de eerste lichting waar fotografie en film gefuseerd waren in één klas. Maar karakters ontwikkelen? Narratieve structuren? Spanningsopbouw? Nee. Het ging en gaat Stijn om sfeer, emotie, gevoel. ‘Ik maakte bijvoorbeeld onderwaterbeelden waarin mijn hoofdpersoon verdronk en zo stierf. Van mijn docenten kreeg ik het gevoel dat ik mij moest gaan profileren als fictiefilmregisseur, maar zo zag ik mijzelf niet. Terwijl ik met geluid bijvoorbeeld een onderliggend gevoel probeerde te creëren zeiden mijn docenten dat er geen concreet conflict in die scènes zat en daarmee voldeed het werk niet aan een klassieke narratieve structuur. Dus ik kreeg onvoldoendes en werd gedwongen om in de herkansing een heel clichématig fictiescript af te leveren, terwijl ik helemaal niet zoiets wilde maken. Ik wilde mensen iets laten voelen, ze meenemen in hun ervaring en wilde ze niet na laten denken over karakters en structuur. Ik voelde me onbegrepen in wat ik maakte.’ Bij de eindmontage kwam dan toch de begenadigde waardering van docenten, waarbij ze aangaven dat de uitgewerkte point-of-view ‘wel echt bizar was geworden.’ Tegelijkertijd heeft al dat tegengas Stijn gebracht waar die nu is: een assertieve kunstenaar die weet wat hij wil. ‘Ik ga af op wat goed voelt voor mij.’ 

‘Ik ga af op wat goed voelt voor mij’

Tegelijkertijd ziet hij zichzelf niet als promotor van Ayahuasca. ‘Ik leun op positieve ervaringen, maar ook op negatieve en traumatische. Het kan erg intens en mooi zijn, maar het is niet zomaar wat. Dit drankje is een van de hoogste planken qua psychedelica. Het is wel spelen met vuur en je weet nooit hoe je eruit komt. Je bent in ieder geval niet meer de persoon wie je daarvoor was. Het is echt heel zwaar. Dus ik wilde mensen echt een goed beeld geven van wat zo’n ervaring zou kunnen zijn, juist omdat het zo bijzonder is dat het haast niet in woorden is te vatten. Het is alsof je moet uitleggen hoe chocolade proeft, terwijl die ander dat nog nooit heeft gegeten.’ Het is volgens Stijn aan de kijker om te bepalen of deze reis iets voor hen is of niet. Dat heeft hij vooral gedaan vanwege het taboe rondom de dood, wat hij tracht te doorbreken. ‘Mensen willen niet naar het donker kijken, terwijl ik geloof dat doodsangst de basis is van alle angsten.’ 


Still uit Akasha: An Inner Journey


De voltooiing van zijn afstudeerfilm geeft Stijn nu veel voldoening door alle tijd die erin is gestoken, maar de tegenhanger is de huidige situatie met maatregelen die het leven en daardoor vertoningsmogelijkheden inperken. ‘Ik kan nergens mijn installatie kwijt en ik wil het niet op internet gooien. Het is een ervaring die je moet beleven.’ Stijn heeft zelf ‘black boxes’ gemaakt, een soort zwarte pashokjes, die de kijkervaring moet versterken. Als de film helemaal in het zwart valt zie je jezelf niet meer zitten, terwijl als er heel veel licht is je jezelf weer ziet zitten. Dat beeld zie je tegelijkertijd met een 360 graden geluid via een koptelefoon. Deze ervaringscinema draagt volgens Stijn bij aan het verliezen van jezelf in de realiteit van de film, en het weer terugvinden van jezelf, zittend in de installatie. Hij heeft Akasha wel ingeschreven voor filmfestivals en wacht met smart op de antwoorden die daarop komen, maar voor het Nederlands Filmfestival ontving hij een afwijzing. Schrale troost: alle vertoningen waren online, dus Stijn concludeerde dat dat ook niet had gewerkt. Dat mensen zijn film thuis kijken op hun laptop komt niet voor in zijn vocabulaire. Daardoor was hij veroordeeld tot de afstudeertentoonstelling van zijn klas, waarna hij zijn installatie ten einde raad thuis een keer opbouwde om daar in ieder geval de kijkervaring voor andere mensen te kunnen creëren. Uit die drie hokjes kwamen kijkers soms jankend, trillend, al dan niet puttend uit hun eigen leven, tevoorschijn. Naast de hokjes had hij een kleine therapieruimte gebouwd waar mensen hun ervaring konden delen met Stijn. ‘Het maakte zoveel los bij iedereen, waardoor de film meer werd dan alleen een film. Toen ik de film niet meer kon verspreiden was de leegte voor mij daarom ook zo groot.’ 

In de toekomst hoopt Stijn met zijn werk mensen vaker bewust te kunnen maken over de diepere lagen in het leven. ‘Men blijft in gesprekken hangen in de oppervlakkige lagen. Niets is vanzelfsprekend, maar mensen staan niet stil bij hoe absurd het is dat zij bestaan. Het bestaan is een geconditioneerd iets geworden, want je leert dat wanneer je springt je omlaag valt door de zwaartekracht. Maar het bestaan van de zwaartekracht is gewenning, geen vanzelfsprekendheid.’ Stijn pleit ervoor dat onderzoek naar de realiteit, en het dichterbij komen hiertoe, bijdraagt aan meer empathie, begrip en liefde in de wereld.

 

Wouter Springer


 

VERS VOLGEN

     

SCHRIJF JE IN
VOOR DE NIEUWSBRIEF