17-01-2020

Online artikel

De Nederlandse Netflix-serie Ares: twee regisseurs en twee DOP’s

Vanaf vrijdag 17 januari staat Ares online, de eerste volledig in Nederland geproduceerde Netflix Original, te zien in 190 landen. De 8-delige horror-serie, geregisseerd door Giancarlo Sánchez en Michiel ten Horn, gaat over een elitair studentengenootschap met een duister geheim. Beide regisseurs hadden hun eigen DOP, en zo stonden ze met z’n vieren aan het roer. VERS Magazine sprak met DOP’s Stephan Polman en Joris Kerbosch over hun samenwerking en over de invloed van Netflix op hun keuzevrijheid.

VERS: Hi Stephan en Joris, hangt er al gezonde spanning rondom de lancering?
Stephan: ‘Nou, het kriebelt wel. Het is spannend hoe de ontvangst gaat zijn in Nederland, laat staan over de hele wereld!’

Hoe zijn jullie bij Ares terecht gekomen?
Stephan: ‘In 2013 studeerde ik af aan de Nederlandse filmacademie in de richting camera/licht, met de films van Reber Dosky (Lokroep) en Mees Peijnenburg (Cowboys Janken Ook). Kort na mijn opleiding werd ik gebeld door Giancarlo, waarna we samen een aantal goed bekeken videoclips maakten. Toen was de connectie echt gemaakt. Vervolgens werkten we samen aan de One Night Stand film Horizon (2016), die een prijs won voor beste tv-drama. Giancarlo ging natuurlijk met meerdere cameramensen in gesprek over Ares, en uiteindelijk waren wij de goede match om het traject op te pakken. Het originele plan was om het met twee regisseurs en één DOP het gaan doen, maar uiteindelijk zijn Joris en ik er samen bijgehaald. Ik door Giancarlo, en Joris door Michiel.’


Stephan Polman tijdens de opnames van Ares

Joris, waarvan kende jij Michiel?
Joris: ‘Ja, ik zat bij Steffen Haars in de klas op de filmacademie lichting 2004. Met hem en Flip van der Kuil maakte ik ‘New Kids’. Dat was eigenlijk mijn eerste film. Daarna ben ik voornamelijk doorgegroeid in speelfilms. Via Steffen leerde ik Michiel kennen, waarmee ik een aantal korte films maakte. Begin november 2018 belde hij me op voor Ares.’
Stephan: ‘Het was heel prettig dat het zo verdeeld was. Toen Giancarlo en ik op 30 januari begonnen met het draaien van het eerste blok, konden Michiel en Joris gelijktijdig hun blok voorbereiden.’

Was het lastig om alles met z’n vieren af te stemmen, of zaten jullie al op één lijn?
Stephan: ‘Van tevoren was er een treatment gemaakt door de regisseurs. Wij hebben deze allebei gelezen en er feedback op gegeven, waarna we een grove lijn konden schetsen van wat het volgens ons moest worden. Zowel samen als los van elkaar maakten we moodboards, die Joris besprak met Michiel en ik met Giancarlo. We waren eigenlijk een soort ‘koppel van vier’ waarin alles steeds rouleerde. Ik keek net weer eens naar het moodboard waar ik een jaar niet meer naar had gekeken; het is precies geworden wat we toen al in gedachte hadden! Super dat het gelukt is om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen.’
Joris: ‘Ook qua sfeer en licht zaten we vrij snel op één lijn. Zo werd regisseur Stanley Kubrick al gelijk veel genoemd. Verder hebben Giancarlo, Michiel, Stephan en ik, elk een andere draaistijl. Maar dat paste ook goed in het verhaal. Na vier afleveringen is er echt een midpoint, waardoor het inhoudelijk ook klopt dat de stijl iets verandert. De sfeer van de serie blijft hetzelfde.’

Konden jullie je een beetje uitleven in het genre ‘horror’?
Joris: ‘Ja ik vond het wel tof, want dit is echt een suspense horror. Dat had ik nog niet eerder op deze manier gedaan. Michiel en ik hebben beiden veel ervaring met comedy. Grappig genoeg werken de horror momenten bijna hetzelfde als in comedy, qua timing en dingen nog niet laten zien versus ze ineens wél te laten zien. Ik vond het ook heel leuk om echt donkere kant van film op te zoeken.’
Stephan: ‘We hadden vooraf veel gesprekken over hoe we het horror/thriller gegeven wilden vormgeven, qua props en visual effects. Wat ik tof vond is dat we in een vrij vroeg stadium beslist hebben om niet voor het vanzelfsprekende te kiezen. Over het algemeen is het een donkere serie, maar juist op bepaalde belangrijke momenten helemaal niet.’
Joris: ‘Op de écht gruwelijke horrormomenten gaat het meer om de spanning die eronder ligt, dan om wat je daadwerkelijk ziet.’

Zat het veel in jullie hoofd dat Ares beschikbaar wordt voor 190 landen?
Joris: ‘Het is zéker leuk dat er veel mensen naar gaan kijken. Uiteindelijk ging het mij om het werken met Michiel en Giancarlo; de richting die zij op wilden vond ik interessant. Zodra je ‘ja’ hebt gezegd ben je niet meer bezig met het publiek. Dan ga je er vol in met de regisseurs en de producent, zodat het verhaal het beste wordt verteld. Wel hoop ik dat we op internationaal gebied aantonen dat iets oorspronkelijks maken goed kan werken, misschien nog beter dan een format. Er zitten in Ares diepere lagen over de Gouden Eeuw verwerkt die je meer inzicht geven in de geschiedenis van Nederland.’
Stephan: ‘Ook door de gekozen locaties ga je echt terug naar de Gouden Eeuw. We keken naar elementen als kleding, stijl en licht uit die tijd. En als kers op de taart hebben we in het Rijksmuseum kunnen draaien. Tegelijkertijd geven deze locaties een randje echtheid wat de serie nodig heeft om het geaard te blijven in deze tijd.


Still uit Ares 

Wat was de invloed van Netflix op dit proces?
Joris: ‘Ze hebben ongetwijfeld gewild dat het een suspense horror en coming of age serie zou worden. Inhoudelijk mochten we onze eigen gang gaan. Dat was heel fijn.’
Stephan: ‘In dat opzicht hebben we alles wat we hebben bedacht uit kunnen werken. Het belangrijkste is dat het verhaal wordt verteld, maar we konden het wél op onze eigen manier vertellen.’

Gaf Netflix jullie bepaalde grenzen?
Stephan: ‘Netflix gaf de eis dat alles in 4K resolutie gedraaid moest worden. We kregen een lijst met camera’s die voldoen aan de wensen van Netflix. Daarmee werden wij wel technisch gelimiteerd. Hoewel die keuzes waren gemaakt konden we daarbinnen alles zelf invullen. We hebben getest met filters, lenzen en verschillende camera’s om te kijken wat het beste paste bij deze serie.’
Joris: ‘Ja, en we hadden de grenzen van het budget, maar dat is altijd zo.’

Deden jullie alle testen ook samen?
Stephan: ‘Ja, zo hadden we begin januari samen een uitgebreide camera en make-up test op één van de hoofdlocaties, met onze gaffer David Bels en focus puller Jip Hilferink. Dat was één van de leerzaamste dagen, omdat we toen veel knopen hebben doorgehakt. Welke filters zetten we op de lampen en camera, welke kleur blauw en goud kiezen we? Pas nadat al die technische dingen zijn besloten, is het mogelijk om je op de inhoud te focussen.’
Joris: ‘Ik denk altijd heel lang na over het technische kader, waarna je daarbinnen veel vrijheid voelt. Normaal zet je dat kader alleen voor jezelf. Dat doe je nu met z’n tweeën.’

Leer je veel van elkaar?
Stephan: ‘Zeker. Normaal gesproken doe je het hele ding met één regie/camera-duo. Zo intensief samenwerken met een collega geeft nieuwe invalshoeken. Wat dat betreft voelt het ook echt als iets nieuws om op deze manier samen te werken. Ik vond het heel leuk dat het fifty-fifty was. We hebben samen kunnen sparren en brainstormen, waardoor er zóveel ideeën op tafel kwamen.’
Joris: ‘Bijvoorbeeld bij locatiebezoek: ik ging dan op een plek staan die mij een goede hoek leek.  Dan zag ik Stephan ineens aan de andere kant van de ruimte staan. Daarna ga je even bij elkaar kijken en denk je: “Oh ja! Dat is ook wel een goeie.” Dat is heel inspirerend. Het is ook motiverend om elkaars ruwe materiaal te zien. Zo ontstaat er een bepaalde druk om er alles uit te halen.’

Stephan: ‘Je gaat toch een huwelijk aan met elkaar.’
Joris: ‘In ons geval eerder een latrelatie; we draaien niet samen, maar moeten wel samen keuzes maken.’
           
Bekijk hier de trailer van Ares!

 
Tekst: Josephine Hoendervangers
Foto: Joris Kerbosch tijdens de opnames van Ares 
 

 

 

VERS VOLGEN

     

SCHRIJF JE IN
VOOR DE NIEUWSBRIEF