09-10-2020

VERS magazine

Column: De goudmijn in mij

Of ik een serie columns vanuit zeer persoonlijke beleving wilde schrijven, die ingingen op dat ik multidisciplinair kunstenaar ben. Ik schrijf, teken en dicht. Soms schiet ik kunstzinnige foto’s, die ik verwerk in een film. Misschien maak ik over vijf jaar ook wel muziek. Voor mij is het verhaal leidend, de techniek ondersteunt. Dat is geen gepoch, dat is een ontdekking. 


‘Ik zag dat jij een boek hebt geschreven. Maar dat is nogal een thema, zeg. Ben je niet bang? Schaam je je niet?’ 

Ho, ho, ho! Even rustig, denk ik dan. Ik tel hier ongeveer tien vragen, waarvan het merendeel verborgen. In mijn boek Jij bent van mij laat ik mijn hoofdpersoon Klaas-Jan opgroeien in een gezin waar seksueel misbruik en kindermishandeling veelvuldig voorkomt. Klaas-Jan wordt misbruikt, door zijn vader. Aangezien ik mijzelf en alle anderen uit mijn leven van toen andere namen heb gegeven kan je de rest invullen. 

Als bij iemand verschrikkelijke gebeurtenissen uit zijn jeugd op het netvlies staan hoeft dit niet te betekenen dat diens vlam is gedoofd. Ik zeul de nare gebeurtenissen uit mijn jeugd niet meer mee op mijn rug, doordat ik daarover heb geschreven. Als de fictie uit de duim gezogen is, dan is dat duidelijk merkbaar. Ik geloof erin dat een goed fictieverhaal altijd een connectie heeft met een werkelijkheid, iets wat waargebeurd is. Na Jij bent van mij zag ik mijn eigen goudmijn in. Je wilt een maffiaverhaal? Prima. Je wilt een surrealistisch spionageverhaal? Prima. Maar vraag mij niet voor een of andere romantische komedie; daar ben ik niet geschikt voor. Ik kan daar mijn ei, bestaande uit ook mijn nare eigenschappen, niet in kwijt. Huh? Ja, als je het een en ander hebt meegemaakt, is de kans groot dat er zich duiveltjes in je geest hebben genesteld. Om die wezens in een verhaal te stoppen is voor mij ideaal. Is dat therapeutisch? Ja, maar in zekere zin is alles in het leven een hulpmiddel om vooruit te komen, om ervan te leren, zo ook therapeutisch. Tegelijkertijd zou ik kunnen stellen dat dark comedy mij waarschijnlijk wel ligt – ik houd van galgenhumor, want dat helpt mij te relativeren. Dus ja, niet alles bij mij is afgebakend in hokjes. 

Zoals ik geen romantische komedies maak, kijk ik ze ook niet. Mijn interesse ligt daar waar het bij mij pijn doet. Omdat ik niet leer van krabben aan de oppervlakte, maar wel van het delven van die goudmijn. Vroeger liep ik daarna meteen naar buiten en schreeuwde ik: ‘Goh, wat voor een mooie goudklomp ik nou weer gevonden heb!’ – iets wat ik heb afgeleerd. Gevechten zijn niet altijd nodig om de kaarten dichtbij de borst te houden. Tegelijkertijd is het niet zo dat ik alles weet van maffia, die kaart heb je dan alvast van me. Meestal kom ik in een brainstorm op een verhaal, alsof ik het goudklompje al in mijn broekzak had. Dat is nou het voordeel, de zegen, van een verschrikkelijke jeugd. Daarom denk ik tegenwoordig ook: je mag best jaloers zijn op wat ik doe en wie ik ben, maar als ik een deel van mijn jeugd aan jou zou kunnen doorgeven teken ik ervoor. Dus tel je zegeningen en waardeer jezelf – ook als je uit een klote (thuis)situatie komt. Dat is niet je doodvonnis, die teken je pas als je luistert naar andermans aannames. 



Onze redacteur Wouter Springer schrijft boeken en films, tekent en dicht. Met deze column-reeks geeft hij een inkijkje in zijn multidisciplinaire brein. Lees volgende week zijn verhaal over hoe verhalen elkaar beïnvloeden!


Bekijk de trailer van Jij bent van mij

 

Wouter Springer


 

VERS VOLGEN

     

SCHRIJF JE IN
VOOR DE NIEUWSBRIEF